
Foto: Paul Abspoel
Op de avond van stille zaterdag (11 april 2009) werd de film ‘The Passion of the Christ’ uitgezonden op RTL 5, zonder reclame-onderbrekingen. Ik heb deze film in het jaar van verschijnen gezien in de bioscoop, maar dat is alweer een paar jaar geleden. Vanavond zette ik niet bewust voor deze film de tv aan, maar bij het zappen kwam hij langs. Ik wist dat ik een risico zou nemen als ik de film ging kijken. Het gaat er nogal bloederig aan toe en over het algemeen blijven bloederige films nog lang in m’n hoofd zitten en bedreigen ze mijn nachtrust in de daaropvolgende nacht.
Toch maar even kijken, uitzetten kan altijd nog. Ik schakelde in op het moment dat Jezus bezwijkt onder het gewicht van het kruis dat hij zelf moet dragen. Simon van Cyrene neemt het over. In flashbacks is te zien hoe Jezus het Avondmaal viert met zijn leerlingen en hoe Hij uitlegt dat het brood staat voor zijn lichaam en voor het nieuwe verbond. Bij dat stuk liepen er tranen over mijn wangen. Gisteravond hebben we zelf nog Avondmaal gevierd en bij dit fragment dendert ineens de volle betekenis ervan bij me binnen. Geboeid kijk ik de rest van de film, terwijl ik af en toe mijn hoofd wegdraai voor de bloederigste scènes. Toch blijf ik kijken. Jezus sterft, de aarde beeft en soldaten zien in dat Hij echt de zoon van God was. Maria en Johannes halen het lichaam van het kruis en rouwen. Schitterende scène waarbij de doornenkroon met bloed op een steen ligt, de lijdensweg van Jezus uitbeeldend. Ik rouw mee en wacht vol spanning op de laatste scène: de scène waar het allemaal om draait; de opstanding!
De muziek vervaagt, het beeld draait naar zwart en dan… reclame? Huh? Wacht even, dit was toch een film zonder reclame? Maar die laatste scène dan? Toch na de reclame misschien? Maar als een diepe stem aankondigt dat nu het programma ‘late night poker’ (of zoiets) is begonnen, dringt het tot me door dat de opstanding niet meer komt! Niet bij RTL in elk geval. Hevig verontwaardigd pak ik de DVD erbij. En inderdaad: aan het eind hoort er nog een geniale scène te volgen waarin de steen voor het graf wegrolt en de doeken waarin Jezus gewikkeld was in elkaar vallen. Jezus loopt weg, het laatste shot is van de wond in zijn hand.
Uhm… wat is hier aan de hand? Technisch foutje of ‘tactische’ montage?
Zondag vieren we Pasen. De opstanding van Jezus, voor mij dé reden om te leven. Dé gebeurtenis die mij heeft gered. Dé reden om te geloven dat Hij overwon en meer kracht en macht heeft dan wie of wat dan ook, dé reden om Hem te volgen. En dus geen scène op het allerlaatst die gemakkelijk geknipt kan worden!
Na het symposium ‘Pionieren voor het koninkrijk’ wordt er hevig geblogd door deze en genen. Getriggerd door een blogpost van Jan Wolsheimer besloot ik mijn zegje te doen over de al dan niet stervende kerk.
Zelf ben ik opgegroeid in een traditionele omgeving in een ‘gevestigde kerk’. We woonden in Garderen en gingen naar de Christelijke Gereformeerde Kerk in Putten. Nu is deze kerk vrij behoudend als je het vergelijkt met sommige andere kerken in hetzelfde kerkgenootschap. Maar aan de andere kant, vergeleken met andere kerken in de omgeving viel het reuze mee, Putten ligt namelijk midden in de ‘bible belt’. In onze kerk lazen we Statenvertaling en zongen we uitsluitend Psalmen in de berijming van 1773 onder begeleiding van een orgel, om even een beeld te schetsen. Ik heb daar een hele leuke tijd gehad, de gemeente is heel hecht, kleinschalig en warm. De jeugdvereniging was heel actief en jarenlang heb ik daar met veel plezier in meegedraaid. Natuurlijk had ik m’n twijfels en kritische opmerkingen (vooral over de vorm), maar over het algemeen werd ik er gevoed door goede prediking en had ik erg leuke contacten (ik heb mijn (nu) man er ontmoet toen we allebei ongeveer 8 jaar oud waren J).
Op een gegeven moment gingen er wel steeds meer dingen knagen. Moeten we niet meer naar buiten treden? Zitten we hier niet gewoon saampjes kerkje te spelen? Moet er niet veel meer gebeuren om de jeugd aan te spreken en vast te houden? En zo nog meer vragen. Deze vragen en kritische noten hebben mij er echter nooit toe gebracht om te zeggen dat de kerk (hiermee bedoel ik de beschreven kerk) stervende is. Absoluut niet! Lerende? Ja. Maar stervende? Nee!
Inmiddels kom ik in een heel ander soort kerk. Dit heeft te maken met een verhuizing naar Hilversum, waarop een verwoede zoektocht naar een kerk volgde. We zijn uitgekomen bij HICC, een internationale, Engelstalige kerk die is aangesloten bij de VPE. Nog steeds kijk ik met veel warme gevoelens terug op mijn tijd in Putten. Heel veel mensen hebben het daar wel gevonden en houden de gemeente springlevend. En nooit zal ik de kerk in Putten afvallen in wat ik erover zeg. Gezond kritisch is iets anders dan beschadigend negatief.
Tot het laatst toe heb ik daar wel de verantwoordelijkheid gevoeld om mensen te doordringen van de noodzaak tot veranderen. Maar nooit heb ik eraan gedacht om maar ergens anders heen te gaan omdat dat makkelijker zou zijn. Als ik niet verhuisd was, zat ik zonder twijfel nog steeds in die kerk.
Ik wil hiermee niet zeggen dat ik het bij het rechte eind heb of dat ik het op de enige juiste manier heb gedaan. Dit is gewoon hoe ik het ervaren heb.
De kerk stervende? Definieer eens het woord ‘kerk’ en het woord ‘stervend’. Daar zal iedereen over van mening verschillen.
Wat een dag was het gisteren! Een van de mooiere dingen in het uitgeefvak is het ontmoeten van auteurs en nog leuker: het uitreiken en presenteren van hun nieuwe boeken. Gisteren was het weer zover, nu ging het om ons boek ‘Ploeteren en pionieren’ van auteurs Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop. Op een symposium genaamd ‘Pionieren voor het koninkrijk’ werd dit boek gepresenteerd samen met het boek van Daniel de Wolf, ‘De ontdekking van het koninkrijk’.
Er is veel over gepraat, of moet ik zeggen getwitterd en geblogd? Al tijdens het symposium begonnen enthousiaste twitteraars verslag te doen van de dag, waaronder onze auteur Nico-Dirk. Op zijn blog vind je een linkje naar alle tweets. Een erg goede samenvatting van de dag vind je op het blog van onze uitgever Paul Abspoel. Dus wat kan ik hier nu nog zeggen? Dat ga ik hier niet overtreffen
Ik kan natuurlijk wel mijn eigen ervaring beschrijven. Ja, goed idee. Mijn collega Leonie heeft het grootste deel van de organisatie op zich genomen en ik heb haar hier en daar geholpen. Als echte Apple-fan stelde ik al meteen voor om mijn MacBook te koppelen aan de beamer, deze zou in elk geval niet vastlopen, iets wat je van een Windows PC niet altijd kunt zeggen. Zo gezegd, zo gedaan. En inderdaad, alles liep prima. De met zorg in elkaar gezette Keynote presentatie zorgde voor een goede achtergrond. Als opening lieten we een fragmentje zien uit de film Madagascar. Dit stukje film wordt ook beschreven in het boek van Martijn en Nico-Dirk. Een geniaal fragment, en wat mij betreft perfect gekozen om aan te geven waar het om gaat in emerging church. Nieuwsgierig? Lees het eerste hoofdstuk op de website www.arkmedia.nl of www.ploeterenenpionieren.nl of beter nog: koop het boek!
Na de pauze openden we met een -alweer- geniaal fragment van cabaretier Ronald Goedemondt. Het fragment kun je op YouTube terugvinden: http://www.youtube.com/watch?v=iPh31WpLNx4
En gelukkig, ook dit ging weer goed. Waar je je al niet druk om kan maken op zo’n dag
En wat ik er zelf van vond? Ik vond het geweldig om al deze mensen in een ruimte te zien. Bloggers, gemeentestichters, ‘gevestigde’ kerkmensen, emergers, schrijvers, twitteraars, uitgevers, verslaggevers, twijfelaars, kritische luisteraars, discipelen-in-wording en koninkrijkszoekers. Waar vind je nu zo’n bonte verzameling aan mensen? Geweldig toch?
De laatste week had ik op onverklaarbare wijze steeds hetzelfde lied in m’n hoofd:
We bouwen huizen om orkanen te weerstaan
En maken schepen om in elke storm te varen
Er wordt gesleuteld aan een lamp die nooit kapot zal gaan
Het wil alleen nog niet zo lukken
Om de vrede te bewaren
(Ruth Jacott)
Deze week ging ik naar een bijbelstudie over het bijbelboek Romeinen.
We lazen een vers dat zich meteen vastzette in m’n hoofd:
Terwijl ze beweren wijs te zijn, zijn ze dwaas en hebben ze de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren. (Rom. 1:22-23)
Ik heb een grappige applicatie op m’n telefoon: iedere dag verschijnt er een nieuwe quote van een bekend wereldburger. Gisteren keek ik weer eens. Wat verschijnt er?
A fool thinks himself to be wise,
but a wise man knows himself to be a fool.
(William Shakespeare)
Jaja, nu weet ik het wel hoor! Moet ik hier iets van leren ofzo?
Denk ik ook vaak de wijsheid (waarheid) in pacht te hebben?
Some food for thought…
Vanochtend was het weer zover: het was maandag. En op maandagochtend ben ik nooit zo heel helder van geest. Ik probeer te bedenken wat ik ook al weer moet doen (o ja, naar m’n werk!) en probeer alles in de juiste volgorde uit te voeren. Vanmorgen ging het allemaal wat lastiger (lag laat in bed) en terwijl ik al boven aan de trap stond wreef ik nog wat slaap uit m’n ogen. Ik zette mijn voet op de eerste trede en schoof nietsvermoedend de andere alvast naar voren voor de volgende stap. Op dat onbewaakte ogenblik plantte ik mijn voet niet helemaal goed op de trede, waardoor ik onderuit gleed en dus ineens helemaal naar beneden stuiterde. Nu is onze trap nogal steil, dus ik was vrij snel beneden. Met de nodige pijn in rug, enkel en bil. Auwww. Ik was behoorlijk geschrokken en stond dus ook eventjes te shaken. Ik besloot voor mijn gemoedsrust toch maar weer even te gaan slapen en die dag thuis te gaan werken.
En zo kwam het dat ik rond 5 uur de tv aanzette voor het nieuws (met dit hele verhaal wil ik maar zeggen dat ik normaal rond die tijd nog niet thuis ben) en midden in de show van de befaamde dr. Phil belandde. Daar zat een man die niet zo goed wist wat hij met zichzelf aan moest. Hij wilde geen baan van 9-5, maar een avontuurlijk leven. Daarom leefde hij in een tent ergens buiten een buitenwijk. Tot nu toe prima, ware het niet dat zijn vrouw (of vriendin, weet ik niet meer), hier niet zo blij mee was. Ze had toch liever dat manlief een vaste baan ging zoeken om een stabiel leven op te bouwen.
De man gaf zich niet zomaar gewonnen. Hij leefde nu immers volledig in het vertrouwen dat God voor hem zou zorgen, en wilde dat Hij de volledige leiding over zijn leven zou hebben. Dr. Phil was het totaal met hem eens dat hij God de leiding zou moeten geven, maar zag hier toch nog wat praktische problemen; namelijk een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel voor z’n vrouw. En verder vond hij het toch wel zonde dat de man zijn talenten ongebruikt ‘in de tent liet liggen’, want: ‘Talenten komen pas tot uiting als je ze gebruikt’. Geniaal. De man leek wakker geschud en ging nu toch echt op zoek naar een baan, beloofd!!
Ik vond het prachtig dat de man zijn leven in handen van God wilde leggen, maar in dit geval leek het een soort excuus om het leven te leiden zoals hij dat wilde: in een tent, zonder werk. Hoewel de man me toch ook wel weer raakte. En ik begon te denken: in hoeverre vertrouw ik in alles op God? Ik weet van mezelf dat ik heel graag controle heb over van alles en nog wat. (Ik baalde ook enorm toen bleek dat ik van de trap aan het glijden was en er niks meer aan kon doen…)
En om de regie uit handen te geven moet ik iets overwinnen. En er bewust mee bezig zijn, er bewust voor bidden. Hmm, daar ga ik nog eens verder over nadenken.
Wat dr. Phil allemaal niet teweeg kan brengen…
We zijn bij de uitgeverij inmiddels in de eindfase van het boek ‘Ploeteren en Pionieren’ van Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop. Heel wat uren hebben zij erin gestoken, researchen, interviewen, nadenken, schrijven, herformuleren, overleggen, nog eens herformuleren en uitelndelijk een definietieve versie maken. Op Driekoningen 2009 kreeg ik een mailtje: vol opluchting en ook een beetje trots leverden ze het geheel bij me in. Nu is het mijn beurt: nog eens doorlezen op fouten, alles klaar maken voor de opmaak, nog wat dingen overleggen met de auteurs en vervolgens met een zucht het geheel overdragen aan Remco, de vormgever. Hij giet het in een heuse boekvorm, waarna ik het nog eens mag bekijken op rare afbreekfouten en dergelijke.
We ploeteren voort…
Eigenlijk is dit de allerleukste fase voor een redacteur. Althans, dat vind ik. Je mag de auteurs even lekker achter de vodden zitten en laat ze nog eens zweten als je ze vraagt of ze de deadline wel gaan halen. Dan komt alles samen: de tekst wordt compleet, je overlegt met de vormgever over hoe het eruit gaat zien en je ziet het boek groeien onder je handen. Het allermooiste en tegelijk allerspannendste moment is het moment waarop het bestand naar de drukker gaat. Mooi omdat het een deadline minder betekent, spannend omdat je je blijft afvragen of je wel alles bekeken hebt. Of er echt geen fouten meer in zaten. Of de tekst op de achterkant wel goed genoeg is. Of…
En als straks het gedrukte boek binnenkomt? Snel even kijken op de achterkant of die foutloos is, een zucht van verlichting slaken en dan hopen en bidden dat dit boek terecht komt waar het moet komen en de mensen bereikt die het moet bereiken…
PS Later meer over de inhoud van het boek.
Laatst volgde ik in onze kerk een cursus ‘Luisterend bidden’. Eén van de eerste opdrachten was: ’schrijf een bijbeltekst op die je irriteert en bedenk waarom.’ Ik wist het meteen: de tekst waarin Jezus tegen de rijke jongeling zegt: ‘Verkoop al je bezittingen en geef het geld aan de armen’. Ik krijg er meteen de kriebels bij als ik het lees, omdat ik wéét dat ik precies hetzelfde zou reageren als de jongeling. Ik zou m’n hoofd schudden en teleurgesteld weglopen.
Tot nu toe kon ik dit nog gemakkelijk wegstoppen. Het was immers een opdracht aan die jongeling, niet aan mij. Die jongeling hechtte zich waarschijnlijk teveel aan zijn geld, daarom zei Jezus dat. Maar toen ging ik aan de slag met ‘Volg jij Mij’, het boek van Hans van der Lee waarin hij oproept tot radicale navolging van Jezus. We wilden er bij de uitgeverij een jongereneditie van maken en als redacteur zou ik dit project onder mijn hoede krijgen*. Om het goed te coördineren, heb ik de tekst een aantal keren doorgelezen. Hans van der Lee zegt, dat de opdracht van de rijke jongeling nog even sterk voor ons geldt! De beste manier om Jezus te volgen, is om sober te leven, te streven naar bezitsvermindering. Slik. Vermindering? Uhm, dat is nou niet bepaald waar ik mee bezig ben.
Dit heeft me aan het denken gezet over geldbeheer. Helemaal toen bij ons ook het boek ‘Jouw geld telt’ verscheen. De schrijver laat zien hoeveel er over geld gezegd wordt in de Bijbel en geeft praktische tips om God te eren met je geld. Ja, dat wil ik dus ook! Maar hoe doe je dat dan? Omdat mijn collega dit boek geredigeerd heeft, heb ik het nog niet gelezen. Het ligt wel op mijn plank, ik ga er snel in beginnen. Dat praktische spreekt me aan, wat kan ik doen met m’n geld, hoe moet ik ermee omgaan, bijbels gezien?
Boeken die wij zelf hebben uitgegeven, lees ik zelf meestal niet in gedrukte vorm. Gewoon omdat ik ze al een paar keer heb doorgelezen op fouten, of omdat er weer van alles ligt wat ik moet beoordelen voor uitgave. Maar dit is er ééntje die niet ongelezen in mijn kast blijft staan!
* Dit boek is uitgegeven onder de naam ‘Niet met de massa mee’
Gesproken woorden zijn altijd dynamisch. Mensen schreeuwen, roepen, fluisteren, juichen, zingen, brullen, joelen, mompelen… Een uitgesproken woord vervliegt meteen. Toch kan het kwetsen, bemoedigen, snijden, troosten en de herinnering aan het woord blijft, aan de klank, aan de toon. Gesproken woorden hebben kracht.
Zodra je woorden op papier zet, worden ze statisch. Daar staat het dan, zwart op wit, onbeweeglijk, onuitgesproken. En zodra een boek naar de drukker gaat, is het echt definitief. Je kunt niets meer veranderen aan de tekst, niets meer schrappen, niets meer herformuleren.
Een boek is eigenlijk een momentopname. Het bevriest de woorden en zet ze stil. ‘Plant een kerk’ is zo’n momentopname. Ronald heeft zijn woorden op papier gezet, de vormgever heeft er een boek van gemaakt en de drukker heeft er 2000 exemplaren van gedrukt. Klaar. Daar ligt het boek dan, een statisch ding met een tekst die niet meer veranderd kan worden.
Is dat zo? Is ‘Plant een kerk’ statisch en bevroren? Iedereen die dit boek heeft gelezen, zal het hier niet mee eens zijn. Inderdaad, een boek is een levenloos ding en de woorden staan stil op het papier. Maar toch: het boek van Ronald leeft, ademt, beweegt. Je voelt zijn enthousiasme door de zinnen heen, de woorden komen tot leven. Dit is geen boek om naast je neer te leggen, het zet je aan tot actie of in ieder geval tot nadenken.
Om dit boek levend te houden, is het belangrijk dat het opgepakt wordt en dat het onderwerp de aandacht blijft krijgen. Natuurlijk, het boek is gedateerd, uitgegeven in het jaar 2008. Maar het planten van kerken en het nadenken over nieuwe manieren om ongelovigen te bereiken, is tijdloos. Hoort tijdloos te zijn. Het is iets waar we mee bezig moeten blijven, ook als het jaar van verschijnen van dit boek voorbij is en de media zich gaan richten op andere, nieuw verschenen boeken.
Niet alleen de hoeveelheid media-aandacht of de verkoopcijfers bepalen het succes van dit boek. Wat we ermee doen en de impact die dit gaat geven op mensenlevens, daar gaat het om.